Organjourney 20134 (Dutch)


Van Scherer tot Sauer
Verslag van de meerdaagse orgelreis van de Stichting Groningen Orgelland
23 t/m 27 september 2014

Dinsdag 23 september 2014
Iedereen beseft dat aan een orgelreis veel voorbereidende werkzaamheden voorafgaan: hotels moeten worden bezocht en geboekt, kerken en orgels moeten worden geregeld, er moet een excursieboekje worden gemaakt. Dit alles wordt jaarlijks gedaan door Albert en Hilda Rodenboog. Ik denk niet dat er iemand is die hun werk zal onderschatten. 
Nadat de deelnemers op de opstapplaatsen Haren, Groningen en Zuidbroek waren ingestapt, reed de bus naar het oosten, richting Tangermünde. Het werd een lange rit. Bij Bremen stonden we geruime tijd in de file.
Het orgel van de Stephanskirche te Tangermünde (Hans Scherer der Jüngere 1624), ook vorig jaar door ons bezocht, heeft de karakteristieke frontopbouw die wordt aangeduid met Hamburger Prospekt. Er is sprake van een hoofdwerk, een rugpositief en twee terzijde daarvan opgestelde pedaaltorens. Niet alleen in visuele zin een duidelijke opbouw, ook akoestisch gezien zeer effectief. In het labium van de frontpijpen zijn vlamtongen te zien. Het snijwerk bij de pijpvoeten ontbreekt.

 
Het orgel is goed bewaard. In 1712 pleegt Johann Michael Röder onderhoud aan het orgel. Arp Schnitger wordt gevraagd zijn werk te keuren, maar deze laat weten dat hij ziek is en beveelt Vincent Lübeck aan, die voor de eer bedankt. Schnitger verklaart dat Röder slechts als meubelmakersknecht bij hem in dienst is geweest en zich nu uitgeeft voor orgelmaker. Uiteindelijk vertrekt Röde met de sleutels van orgel en kerk. In de negentiende eeuw worden de meeste originele tongwerken en aliquoten vervangen. In 1994 wordt het orgel gerestaureerd door de firma Schuke uit Potsdam. Hierbij wordt het orgel teruggebracht in de toestand van 1624. Opvallend is de resonansvolle, cantabele klank, met een prachtige "Gravität und Brillianz". Sietze de Vries improviseerde over Lied 117a uit het Nieuwe Liedboek voor de kerken (Gij volken, looft uw God en Heer) en speelde tot slot Was kann uns kommen an für Noth van Jakob Praetorius, aangevuld met een improvisatie over hetzelfde thema. In Hotel Brandenburg gebruikten we het diner. Geluidsfragment.

   




Woensdag 24 september 2014
Na het ontbijt reden we naar Loburg. De Laurentiuskirche is gebouwd in de dertiende eeuw, maar sterk gewijzigd in de achttiende eeuw. Het orgel is in 1705 gebouwd door Andreas Kahrling. 


Het is het enige instrument dat van hem bewaard is gebleven. Over deze orgelbouwer is heel weinig bekend. In 1833 werd het klankconcept van het orgel grondig gewijzigd, in 2006 was de restauratie voltooid, uitgevoerd door de firma Schuke. Het orgel heeft een gemodificeerde middentoonstemming. Het instrument is vlak onder het tongewelf geplaatst. Dit zorgt voor een maximale klankuitstraling. Sietze de Vries improviseerde over Lied 834 (Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht) en speelde Preludium in g BuxWv 148 van Dietrich Buxtehude. Bijzonder is de Octaaf 1', die in een soort van "voorplenum" kan worden gebruikt, waarin nog geen mixturen meedoen.

speeltafel Loburg



 
Vervolgens reed chauffeur Gerrit Fiks ons naar Berlijn. We konden uitstappen bij de Dom, maar eerst was er nog tijd voor het gebruiken van een lunch op eigen gelegenheid. De Dom van Berlijn is van 1894 tot 1905 geheel nieuw gebouwd in een barokke stijl, die veel heeft ontleend aan de Italiaanse renaissance. 


Van 15.00 u. tot 15.30 u. was er voor Sietze de Vries een half uur gereserveerd om het grote Sauerorgel te bespelen. De deelnemers aan de excursie werden door het met onverzettelijke doelgerichtheid optredende personeel van de Dom naar boven gedirigeerd en posteerden zich rond de speeltafel. Het klankkarakter van dit immense instrument valt het best samen te vatten met een karakterisering van Hans Fidom: geen eenheid in verscheidenheid, maar verscheidenheid in eenheid. Men krijgt de indruk met een groot harmonium te maken te hebben, waarvan ondanks talloze registratiemogelijkheden de klank binnen nagenoeg hetzelfde spectrum blijft. Het Sauerorgel heeft 113 stemmen en 6054 pijpen. Het rugpositief bevat vijf stemmen en is slechts bedoeld voor de begeleiding van solisten. Bijzonder is de rolzwel, waarmee traploos "opgeschakeld" kan worden naar een groter volume en een groter aantal registers, zonder dat hoorbaar is dat er individuele registers worden toegevoegd. 


Het Sauerorgel is uitermate geschikt voor de vertolking van Duitse muziek uit de romantische periode en bij uitstek voor de werken van Max Reger. In deze stijl werd door Sietze de Vries geïmproviseerd, onder meer over het koraal Was Gott tut das ist wohlgetan. 


In de wijk Berlin Karlshorst staat de Evangelische Kirche "Zur frohen Botschaft". Sinds 1960 staat in deze kerk het orgel dat Peter Migendt in 1755 bouwde voor prinses Anna Amalia van Pruisen, de jongste zuster van de Pruisische koning Friedrich II der Grosse. Het is het oudste orgel van Berlijn en het is oorspronkelijk bedoeld als paleisorgel. 
Opmerkelijk is de klavieromvang tot f3. Prinses Anna Amalia heeft les gehad van Johann Philipp Kirnberger en Carl Philipp Emanuel Bach. De eerste biograaf van Johann Sebastian Bach, Johann Nikolaus Forkel, schrijft over de orgelsonates van C.P.E. Bach: Diese Orgelsolo's sind für eine Prinzessin gemacht, die kein Pedal und keine Schwierigkeiten spielen konnte, ob sie gleich eine schöne Orgel  mit zwei Clavieren und Pedal machen liess, und gerne darauf spielte. Volkomen logisch dus, dat Sietze op dit orgel de Sonate nr. 6 in g Wq 70/6 speelde. Prinses Anna Amalia zelf schrijft: Vandaag heb ik voor het eerst op mijn orgel gespeeld. Het orgel bezorgt mij veel vreugde. De straatjongens zijn niet blijven staan om te luisteren, hoewel de balkondeuren open waren. Het orgel is in 2010 gerestaureerd door Kristian Wegscheider. De oorspronkelijke dispositie is hersteld. Alle tongwerken werden daarbij vervangen door fluitregisters. Sietze improviseerde dan ook op het koraal O dass ich tausend Zungen hätte ..


's Avonds bezochten we de Dom van Brandenburg, een prachtige kerk, die pas gerestaureerd is. In een stemmige sfeer beluisterden we het spel van Sietze op het orgel dat Joachim Wagner in 1725 bouwde. 


Wagner was een leerling van zowel Christoph Treutmann als Gottfried Silbermann. Het orgel heeft een prestantenplenum met een sluitende, grondtonige klank, een stevige basis voor het volle werk. Het tongwerkenensemble is bescheiden. Interessant was de registratie die een viermanualig orgel suggereert: de Cornet in de discant met de rechterhand, op hetzelfde manuaal een begeleiding met grondstemmen, afgewisseld met een cornet décomposé op het andere manuaal en een Trompet 8' in het pedaal. Het orgel is in 1999 gerestaureerd door Schuke. Bij die gelegenheid is het orgel in de toestand van 1725 gebracht. 

Donderdag 25 september
In de Stadtkirche St.-Wenzel staat sinds 1743 een orgel van Zacharias Hildebrandt, in een orgelkast van Zacharias Thayssner uit 1705. De eerste organist van het orgel was Johann Christoph Altnikol, schoonzoon van Johann Sebastian Bach. Bach heeft zeer waarschijnlijk invloed gehad op de samenstelling van de dispositie. Het orgel heeft een voor dit gebied unieke opbouw in Noord-Duitse trant, met rugpositief, wat in deze regio in 1746 niet meer gebruikelijk was. Hij heeft samen met Gottfried Silbermann het orgel gekeurd. Daar deden ze drie dagen over. We lezen in publicaties over dit orgel telkens dat Bach en Silbermann zeer gunstig over het orgel oordeelden. Dit is aantoonbaar (Bach Dokumente) onjuist: het keuringsrapport is zeer kritisch: Hildebrandt moet het orgel nog stem voor stem grondig doornemen om meer "egalité" te verkrijgen. Ook de afregeling van speelmechaniek en registermechaniek moet beter. Het orgel is in de loop der tijd grondig gewijzigd, om niet te zeggen aangetast, met als dieptepunt het plaatsen van electropneumatische kegelladen in 1932. Daarna was er niet zozeer sprake van een gegroeide toestand, maar van een vergroeide toestand, zoals Bernhardt Edskes het treffend uitdrukte. Orgelbouwer Hermann Eule restaureerde het orgel, dat in 2000 opnieuw in gebruik werd genomen. 
David Franke, titulair organist van de Kirche St.-Wenzel, speelde voor ons werken van Johann Sebastian Bach, Johann Gottfried Müthel en Carl Philipp Emanuel Bach. Sietze de Vries improviseerde na de klankdemonstratie over Wer nur den lieben Gott lässt walten. Opvallend fraai was het plenum van het orgel en het naar verhouding grote aantal strijkende registers, door Bach zeer gewaardeerd.


Na de lunch te hebben gebruikt in Naumburg reden we naar Merseburg. In de Domkirche staat een orgel van Friedrich Ladegast, in 1855 gebouwd in een orgelkast van Zacharias Thayssner uit 1697. 


Het orgel is diverse malen verbouwd en uitgebreid. In de negentiende eeuw, voor Ladegast zich ermee bemoeide, gaf het orgel voortdurend problemen. Domorganist Wilhelm Schneider sprak in 1843 van een vom Anfang an sehr irregulair angelegtes Orgelwerk. Na een bespeling met Bachwerken door een der plaatselijke organisten speelde Sietze de Vries de Orgelsonate nr. 5 in D opus 65/5 van Felix Mendelssohn Bartholdy. Daarna improviseerde hij op het lied "Komt, kinderen niet dralen", een melodie van Johannes Gijsbertus Bastiaans, die in 1838 zijn opleiding in Leipzig afsloot bij niemand minder dan Felix Mendelssohn Bartholdy! Hij gaf te kennen nooit een orgel te hebben bespeeld met een zodanig zware speelaard. De plaatselijke organist verklaarde dat het regelmatig bezoeken van een sportschool absoluut noodzakelijk is.
Op weg naar het hotel in Gotha sloeg het noodlot toe: onregelmatigheden in het remsysteem noopten de chauffeur tot het bezoeken van een Mercedesgarage. Gedurende lange tijd werden pogingen ondernomen het mankement te verhelpen en toen dat niet lukte vervangend vervoer te regelen. Uiteindelijk werden de deelnemers om 23.00 u. met zes taxibusjes naar het hotel in Gotha vervoerd, waar ze door het hotelpersoneel werden ontvangen. De volgende ochtend arriveerde een nieuwe bus van de vervoersmaatschappij UVO. 

Vrijdag 26 september 2014
Na een korte nacht en een stevig ontbijt vertrok de bus naar Schmalkalden, waar ons een kostbaar kleinood wachtte: het orgel dat Daniel Meyer in 1590 in de slotkapel bouwde. Het orgel is zeer hoog in de kapel geplaatst. Dit geeft een maximale klankuitstraling. 


Het instrument bevat uitsluitend houten pijpen. Opvallend was de volle, resonerende klank, vergelijkbaar met de "oe"-klank in de menselijke stem. Bernhardt Edskes legde op duidelijke wijze uit dat in ieder register de verschillende liggingen (bas, tenor, alt, sopraan) hun eigen klankkleur hebben. De klank is niet gladgestreken. Interessant zijn ook de nevenregisters als Cymbeln en Vogelgeschrey. Sietze de Vries improviseerde onder meer over de oude sequens Victimae paschali laudes, of -zo u wilt- over Psalm 80, waarvan de melodie direct aan deze paashymne is ontleend. Aan het eind van deze improvisatie werd Sietze door de fraaie oude klank tot gotische klanken geïnspireerd.

Tijdens de lunch in Floh-Seligental werden Bernhardt Edskes, Albert en Hilda Rodenboog, Sietze de Vries en chauffeur Gerrit Fiks bedankt door Kees Kugel, secretaris van de SGO. Zij kregen allen een boek ten geschenke over de architect Egbert Reitsma.



In de Stadtkirche zur Gotteshilfe in Waltershausen tekende Heinrich Gottfried Trost in 1724 een contract voor het bouwen van een groot orgel. 


Door allerlei conflicten en perioden van afwezigheid van de orgelmaker werd het instrument pas in 1755 door iemand anders voltooid. De opdrachtgevers wilden Trost op den duur liever in Arrest nehmen und an den Galgen hängen. Het orgel werd gepresenteerd door de plaatselijke organist, met werken van Johann Sebastian Bach en Johann Ludwig Krebs. Opvallend was de bescheiden klank van dit grote instrument. We hadden de indruk dat het orgel pas tijdens de bespeling door Sietze in al zijn facetten hoorbaar was. Klankdemonstratie Sietze de Vries

     





Vanwege een geplande reis naar Australië nam Sietze de Vries afscheid van ons. Bernhardt Edskes demonstreerde voor ons het orgel dat Christoph Thielemann in 1731 bouwde in de Dreifältigkeitskirche te Gräfenhain


Bijzonder detail: in hetzelfde jaar bouwde Albertus Anthonie Hinsz zijn eerste orgel in Zandeweer. We waren verrast door de klank van het instrument: harmonisch, vol en resonansrijk. Het orgel behoort tot de belangrijkste bewaard gebleven voorbeelden van de Thüringse orgelbouw uit de tijd dat Johann Sebastian Bach actief was.


Zaterdag 27 september 2014
Na het ontbijt werd de terugreis aanvaard. Nog één orgel wachtte ons: het Johann Gottfried Baderorgel in Borgentreich, tussen Kassel en Paderborn. Het orgel is niet voor deze kerk gebouwd, maar stond tot 1803 in het voormalige Augustijnerklooster te Dahlheim. Tegenover de kerk is een orgelmuseum gevestigd, tot stand gekomen door de inspanningen van cantor-organist Jörg Kraemer. Hij was het ook die ons bij het museum ontving, in de kerk was een doopdienst. In het museum kan men een hoop wijzer worden over orgels en orgeltechniek en er is veel gelegenheid dingen echt uit te proberen en/of tot klinken te brengen. Het aanschouwelijk maken van technische zaken speelt in dit museum een grote rol. Zeer de moeite waard! 


Het is niet toevallig dat in het museum de werking van springladen nadrukkelijk aan de orde komt. Het orgel van Borgentreich bevat namelijk springladen. In 1803 werd het orgel op twee en dertig wagens naar Borgentreich vervoerd, daar opgeslagen in de toren en geplaatst in 1836. Daarbij werd het rugwerk achter de kast van het hoofdwerk geplaatst! In 1953 werd het orgel door Paul Ott gerestaureerd, waarbij het rugwerk zijn oorspronkelijke plaats terugkreeg. Al die tijd ging men ervan uit dat het hier een orgel van Johann Patroclus Möller betrof. Bernhardt Edskes kenschetste de toestand van het orgel na deze restauratie als erbarmelijk. Vanaf 2003 brak een lange periode aan van onderzoek en afwegen van mogelijkheden. Er was zelfs een orgelmaker die verklaarde dat dit orgel niet te restaureren was, maar voortaan slechts geschikt zou zijn om naar te kijken. Het is bijna een wonder dat we van een orgel met een dergelijke geschiedenis toch konden genieten: Jörg Kraemer presenteerde ons zijn orgel op voorbeeldige wijze in werken van Scheidt, Buxtehude en Bach. Een mooi slot van de SGO-orgelreis 2014! In de bus op weg naar huis gaf Bernhardt Edskes een prachtig resumé van deze orgelreis en kende als waardering sterren toe aan de orgels. Daarbij ging het beslist niet om: hoe groter, hoe mooier, want het kleinste orgel dat we hadden bezocht (Schmalkalden) kreeg vijf sterren! Ook het Schererorgel van Tangermünde en het Thielemannorgel van Gräfenhain vielen in de prijzen.

     

Kees Kugel: Tekst, geluidsopnamen en foto’s